Onder het bestuur van dezen laatsten pastoor is er in het jaar 1855 voor de Oud Katholieke Gemeente van het Oosteinde een eigen kerkhof in de onmiddellijke nabijheid der Kerk zelve aangelegd, dat den 18 Julij door den Bisschop van Haarlem den Hoog Eerw. Heer H.J. van Buul werd ingewijd.32 In den vroegen morgen begaf zich de Bisschop, bijgestaan door den Eerw. Pastoor der gemeente Johannes Baas, en eenige priesters naar den stillen akker, waarop het Kruis des Heilands, de hope der Christenen, heerlijk prijkte, en sprak daar deze woorden:

Wij zijn dan heden alhier te zamengekomen ter verrigting, en bijwoning eener buitengewone, eener godsdienstige plegtigheid. Buitengewoon noemen wij de plegtigheid van heden, vermits zij zoo ver ons bekend mis, sedert honderde jaren door de wettige opvolgers van den H. Willibrordus niet verrigt, en dus evenmin door iemand hunner onderhoorige geestelijken en leeken is bijgewoond. Wij spraken van eene godsdienstige plegtigheid. Dit is zoo, vermits zij met de gebeden der Kerke, in het gezigt van de teekenen des gekruisten Verlossers en met een geheiligd water volbragt wordt. Door die plegtigheid wort eene plek gronds afgezonderd en ingewijd, om de verblijfplaats en het rustoord onzer geliefde afgestorvenen te wezen. Zoo wordt deze plaats heilig, daar zij de ligchamen in haren schoot opneemt, die door de inwoning van den goddelijken Geest als zoo vele tempels zijn ingewijd, toen zij met de zielen vereenigd waren. Zoo wordt deze plaats heilig, naardien de ledematen, terwijl zij nog bezield waren, werktuigen der regtvaardigheid geweest zijn, en alhier met eerbied worden nedergelegd. Om ons derhalve worden grond en kruisteekenen gezegend.

In de vereeniging van dezen grond met dat hoofdteeken meen ik iets leerzaams, iets treffends te vinden. De aarde was door het vonnis, dat in het Paradijs werd uitgesproken, ontzegend. Maar het Kruis schenkt haar den verloren zegen op eene treffende wijze terug. Immers zij is thans bestemd, om een akker Gods te worden, waarin onze ligchamen, als zoovele zaadkorrels geworpen, rijpen zullen voor de eeuwigheid. Die vruchtbaarheid is de zegen van het Kruis. Terwijl het stervenslot onze natuur bedroeft, wanneer wij geliefden en achtenswaardigen uit ons midden in dezen grond zien nederdalen: voert het Kruis ons geloof naar boven, vanwaar eene stem, de stem van den Zoon des menschen, zal worden gehoord, om ons allen wakker te roepen, en voor een eeuwig leven te doen opstaan. Is het graf met donkerheid en duisternis overdekt, het Kruis staat daar boven, als een licht in den nacht des doods dat ons naar het eeuwig rijk van licht henen wijst. Ondergaan wij het vonnis, dat ons alhier tot stof vermaalt; het Kruis doet eens dat vonnis te niet, met de stofdeelen van ons ligchaam bij een te vergaderen en van deze een nieuw ligchaam zamen te stellen. De grond is de bewaarplaats van de ontbondene deelen onzer ligchamen, maar geeft ze eens terug, wanneer Hij, die gekruist en verrezen is, verschijnen zal om ons te doen verrijzen in heerlijkheid. Het Kruis plaatst aan zijnen voet het mindere deel van ons wezen, nadat hetzelve boven zijn top ons edeler deel, den onsterfelijken geest, in hooger gewest heeft overgebragt. Voert hier in den grond de dood zijne heerschappij verder uit, en geeft hij ons soms eene afzigtelijke, geheel onkenbare, eene naamlooze gedaante; Hij, die van het Kruis afgenomen en in een graf werd nedergelegd, maar geene bederfenis zag, zal ons eens wedergeven een levend, onbederfelijk ligchaam, blinkende van glans en onsterfelijkheid. Ja, M. G., eer de dood alhier zijne poort voor ons opent, heeft het Kruis reeds de poort des hemels ontsloten. Eer de dood ons alhier in zijn’ schoot opneemt, heeft het Kruis daarboven ons overgeplant in den hof der eeuwige wellusten, in den schoot der Godheid.

Ziet daar M.G.T. het leerzame en het treffende, dat ons bij het gezigt van dezen grond en het Kruisteeken voorkwam. Mogt ons soms eenige huivering aangrijpen op de gedachte aan onze vergankelijkheid, aan de wormen en maden, die de lijken overdekken en verteren zullen; het Kruis wekke gedachten en aandoeningen op van geloof, troost, moed en hoop, om ons te vereenigen met onzen verrezen en verheerlijkten Verlosser, den God der liefde. Komt, vereenig u met ons, om door heilige gebeden die gedachten en aandoeningen te erlangen.

Hierna werden Kerkhof en Kruis met de gewone gebeden, besprengingen met gewijd water en inzegeningen geheiligd, en de plegtigheid besloten met het gebed, dat God, door wiens barmhartigheid de zielen der geloovigen rusten, zijnen heiligen Engel als bewaarder bij dit Kerkhof stellen, en de zielen, van de hier begravenen, van alle banden der zonden ontbinden mogt opdat zij zich altijd in Hem met zijne heiligen mogten verheugen, door Jezus Christus, zijnen Zoon.

Hiermede werd de wensch der Oud Katholieke gemeente vervuld. Van de broosheid dezes levens, op aandoenlijke wijze thans herinnerd, zou reeds na weinig uren een nadrukkelijk bewijs worden gegeven. Een der Kerkmeesters die met geestdrift de plegtige inwijding onder het genot der beste gezondheid nog bijwoonde, de heer Johannes Lambertusz. Rinkel, stierf twee dagen daarna. Hij was de eerste die in deszelfs schoot ter ruste werd geborgen. De Heer had hem den wensch zijns harten gegeven, en hetgene zijn mond begeerde hem niet geweigerd. – Daarom was zijn hart verblijd – zoo zal zijn vleesch rusten in de hope.

Neem dan dit dierbare lijk, o aarde,
En houd het in uw schoot bedekt,
’t Had in Gods Vaderoogen waarde
En heeft zijn rijk tot eer gestrekt.

Later zijn er velen ter ruste gelegd. De oude van dagen slaapt er naast het kind dat pas in de wereld was getreden, de zorgelijke vrouw en moeder, de werkzame man en vader, de dienstbare zijn hier vereenigd. – Het aardsche leven is gesloten, geliefde betrekkingen komen op hun stof weenen en bidden. Maar met het Oude Katholieke Kerklied zeggen zij ook:

Eens moet het plegtig uur genaken,
door ’s Heeren Woord ons toegezegd,
Waarop Gods stem zal doen ontwaken,
Wat hier ter rust is neergelegd.

Oud-Katholieke Kerk Aalsmeer

Contactgegevens


Oud-Katholieke Kerk Aalsmeer
Parochie van de H.H. Petrus en Paulus
Oosteinderweg 394
1432 BG Aalsmeer