Nu kwam er een tijd, die door de Protestanten wordt geroemd, door de Katholieken wordt betreurd, en in de geschiedenis genoemd wordt de tijd der Hervorming. Een groot gedeelte der bevolking van Aalsmeer hoorde naar de taal van hen die van de Katholieke kerk geen goed meer konden hooren, omdat vele harer leden, vorsten en veldheeren, hoogere en lagere geestelijken den geest der ware oude Katholieke kerk miskenden. Had toch deze altijd geleerd, dat de “ware Kerk niet door vervolging, maar door verdraagzaamheid wordt gegrondvest en dat ook tegen de stoutste en schandelijkste ketterij geen ander zwaard gebruikt mag worden, dan dat des geestes (Hieronymus),” – hoe werden dan de Katholieken van Nederland geschokt in dat geloof, bij het zien dier gruwelijke wreedheden door Filips II en Alva gepleegd, gesteund door snoode dienaars der Roomsch Katholieke Kerk! Wat toch moesten de Neerlandsche Roomschen denken van hunne eigene Kerk indien hare Spaansche verdedigers de strengste plakkaten tegen de andersdenkenden uitvaardigden, waarbij bepaald werd “dat de ketters allen moesten gedood worden, de mannen door het zwaard, de vrouwen door de put, dat is, door ze levend te begraven, en die ten tweeden male afgevallen waren, door het vuur”? Wat moesten zij denken van hunne eigene kerk, als met de goedkeuring van de vreemde geeste- lijkheid, de boomen aan de wegen tot galgen gemaakt werden, om er de ketters aan op te hangen, en mannen als de graven van Egmond en Hoorne, hoe Katholiek gezind ook, en niettegenstaande al hunne diensten aan den Lande en den Koning bewezen, werden gevangen genomen en onthoofd?

Was dat handelen in den geest van onzen Heer Jezus Christus, die gezegd had: “hieraan zullen de menschen weten dat gij mijne disci- pelen zijt, indien gij liefde hebt voor elkander”? Ziet, die gruwelen van Filips II en Alva, in naam der Roomsche kerk gepleegd, maakten duizenden en duizenden Katholieken afkeerig van hunne eigene kerk, en waren de oorzaak dat zij zich schaarden onder de tegen- standers en vijanden hunner H. Moeder. “O gij Spanjaars! gij Spanjaards!” riep een Katholiek priester op den predikstoel te Brugge uit, “gij maakt ons allen Geus!” – Och of Filips II en Alva niet bij het volk den waan hadden bevorderd, dat hun moorden door de Katholieke kerk werd geboden. Neen, ook in dit gedeelte van ons vaderland werden er geheel andere, de meest Christelijke en Evange- lische begrippen verspreid en gehuldigd. O indien men naar den raad van echt Nederlandsche geestelijken gehoord had, gewis de scheuring zou verhoed zijn, die thans landgenooten van elkander scheidt. De Bisschoppen en hunne geestelijkheid waren te diep overtuigd van de waarheid: Ecclesia non sitit sanguinem (de Kerk dorst niet naar bloed) om niet te schreijen bij zulke helsche tooneelen, waartoe de naam der Katholieke Kerk werd misbruikt. Men oordeele slechts uit hetgeen de geschiedenis leert van den Haarlemschen Bisschop Nicolaas Nieuwland, aan wiens bestuur ook de Katholie- ken van Aalsmeer onderworpen waren.14 Een geest van zachtzinnig- heid en liefde, maar ook van heiligen moed blijkt uit een brief dien hij aan den Hertog Alva den 27 Maart 1568 schreef:

Wij zijn allen zondaren, wij behoeven allen de goedertierenheid Gods. Ik wensch derhalve dat Uwe Hoogheid zich zal gelieven te verwaardigen een medelijdenden en deelnemenden blik te slaan op dit eenvoudig en rampzalig volk, hetwelk deels door belooning, deels door hoop, of door kwade inblazingen, is bedrogen geworden, en hetgeen meer door dwaling, onwetend- heid en ligtzinnigheid, dan met opzet gezondigd heeft. Mogt hetzelve, wegens Uwe aangeborene goedertierenheid, om die redenen eenige hoop op vergiffenis kunnen voeden, en ach, mogt het mij, op bevel van Uwe Hoogheid, vóór mijnen dood gebeuren, die hoop aan het volk aan te kondigen, opdat wij aldus winst konden doen van zielen, voor welker behoud Christus, die eeuwige priester, zijn ligchaam, zijne ziel, zijn bloed en leven, als een gehoorzame zoon, aan God zijn Vader heeft opgeofferd, opdat de Kerk wederom in hare leden versterkt en vermeerderd moge worden. Uwe Hoogheid vergeve mij mijne stoutheid in het smeeken van vergiffenis voor al de mijnen; want dagelijks roepen zij om mijne tusschenkomst tot verkrijging van genade. Tot wien ook zullen de schapen veiliger hunne toevlugt nemen, dan tot hunnen herder, die niet alleen voorspraak, hulp en verdediging, maar zelfs zijn leven voor hen moet veil hebben? En waar henen zal de herder met meerder vertrouwen zich tot redding voor zijn hem toevertrouwd volk wenden, dan tot zijnen Vorst en tot den Vorst van zijn volk, die niet alleen kan, maar ook gaarne wil (voor zoo ver zijn pligt zulke toelaat), bijstand bieden en hulp verleenen aan allen, die tot hem vlugten, gedachtig aan de gulden spreuk: Spaar hen die zich onderwerpen, verneder de trotschen. Derhalve smeek ik, dat Uwe menschlievendheid overwege de zwakheid der menschelijke natuur, en den herder en het volk, voor U met zuchten en in tranen nedergeknield, aanschouwe, opdat zij genade en vergiffe-nis verwerven. Moge Uwe Hoogheid vergunnen, dat ik, de eerste uit ons Holland, een grijsaard, nu een smeekend voor-bidder, door Uwe Hoogheid ook verwaardigd worde te zijn de afsmeeker en verbidder van het kwade. – Doorluchtig Vorst, de nood en de liefde tot mijne kudde hebben mij gedrongen, vele woorden voor Uwe Hoogheid uit te storten. God en onze Verlosser sparen U lang in gezondheid, schenken U veel geluk, en geven U een langdurig leven, gedurende eene voor de geheele Christelijke wereld heilzame regering, terwijl ik mij met nederig-heid als een gehoorzame dienaar aan Uwe Hoogheid aanbeveel.

Zulk een geest van liefde en verdraagzaamheid heerschte hier bij de Katholieken van Nederland. Maar die geest werd tegengewerkt; de Spanjaarden, verbitterd over den tegenstand, dien zij hier van een vrijheidlievend volk ondervonden, bedienden zich van middelen, waarvan de Nederlandsche Katholieken een afkeer hadden gehad, om de heerschappij van Filips te handhaven. Het heilig teeken des kruises, dat teeken des vredes en der verzoening, werd het teeken van haat en moord. Duizenden bij duizenden verlieten daarom eene kerk, wier voorgangers, door den verderfelijken invloed van eene vreemde politiek beheerscht, in de zestiende eeuw den geest van Jezus Christus verloochenden. Menig godsdienstige Nederlandsche Katholiek gruwde van den geest der wreedheid en dwingelandij die zelfs de geestelijken tot werktuigen maakte. Alva moest eindelijk zijn verdelgingsplan opgeven, Willem van Oranje was hem te magtig geworden. Hij vertrok, na in zes jaar meer dan 18000 menschen door beulshanden te hebben vermoord, en aan de H. Katholieke Kerk de grootste schade te hebben aangedaan.

Oud-Katholieke Kerk Aalsmeer

Contactgegevens


Oud-Katholieke Kerk Aalsmeer
Parochie van de H.H. Petrus en Paulus
Oosteinderweg 394
1432 BG Aalsmeer