Sedert korten tijd is het Oosteinde van het bloeijende Noord- hollandsche dorp Aalsmeer met een nieuw kerkgebouw versierd. Wie het binnentreedt en op een Zondag daar de H. dienst bijwoont, bespeurt het duidelijk dat het Roomsch Katholieken zijn, voor wie dit bedehuis is bestemd. En inderdaad de leer die hier verkondigd wordt, is geene andere dan die vóór elfhonderd jaren aan het voorgeslacht werd verkondigd. Zegt ons de geschiedenis niet dat in deze oorden de H. Bonifacius het Evangelie predikte aan de Heidensche bewoners, in de nabijheid van het meer, Almeer, een water, waaronder sommigen geheel of ten deele het Haarlemmer- meer, anderen wederom de Zuiderzee verstaan, en waaraan de naam van het dorp Aalsmeer zal zijn ontleend? Nog kort voordat hij nabij Dokkum (5 Julij) 755 den marteldood onderging, klonk hier zijne stem. En in welken geest hij gewoon was te spreken is ons onder anderen uit enkele Leerredenen, ons nog bewaard, bekend:

Geliefde broeders! het is noodzakelijk voor ieder, die tot het koningrijk der hemelen wenscht te komen, dat ons door den almagtigen God beloofd en bereid is, het regt en Katholieke geloof zonder twijfeling vast te houden, dewijl niemand tot de eeuwige zaligheid kan komen, zoo hij niet aan God behaagt, en niemand aan God kan behagen dan door het regte geloof. Het geloof is het begin der menschelijke behoudenis: zonder dit kan niemand tot den adel van Gods zonen komen, omdat zonder hetzelve niemand in deze eeuw de genade der regtvaardigmaking verkrijgt, noch in de volgende het eeuwig leven zal bezitten.

Deze zijn de goddelijke geboden, door welke ons de eeuwige zaligheid door den Almagtigen God geschonken zal worden. Vooreerst liefde tot God en menschen zoodat wij God liefhebben met het geheele hart, en de geheele ziel, en het geheele verstand, en den geheelen wil, en altijd zijnen wil en geboden in geachtenis houden; en dat wij andere menschen liefhebben gelijk ons zelve, niemand iets doende, wat wij niet willen, dat een ander ons doet, maar anderen zoo behandelen, als wij willen, dat zij ons behandelen.

Vreest alleen God, eert den koning, omdat er geschreven is: “er is geene magt dan van God, en die zich tegen de magt verzet, wederstaat de verordening Gods.” Gehoorzaamt dus aan godvruchtige bevelen. Onthoudt de regtmagtige schatting niet, zooals de Apostel voorgeschreven heeft: Betaalt schatting, dien gij de schatting, tol, dien gij den tol schuldig zijt.

Gij hebt den duivel en al zijne werken afgezworen. En welke zijn de werken des duivels? Deze: trotschheid, afgoderij, nijd, dood- slag, dieverij, leugen, meineed, haat, hoererij enz. Bemint God uit geheel uw hart, uw naasten gelijk u zelven. Weest lijdzaam, barmhartig, kuisch, vlekkeloos, enz.

In dezen geest werd hier gepredikt door den bisschop Bonifacius in het midden der achtste eeuw. Het was dien uitmuntenden man niet genoeg, dat zijne leerlingen slechts in naam Christenen waren. Bij al het gezag, dat hij den Paus toekende, achtte hij zich gerechtigd zelf eens den Paus Zacharias over zonden, die in Rome heerschende waren, een brief van vermaning toe te zenden. Hij poogde liefde tot God en menschen, en heiligheid des levens bij allen op te wekken en aan te kweeken. En om dat doel te bereiken beval hij vooral het lezen van den H. Bijbel aan. Hoe grooten prijs hij daarop stelde, kunt gij afleiden uit hetgeen hij aan een jongeling in Engeland schreef:

Zet alles wat u voortaan zou kunnen belemmeren ter zijde, en oefen u vlijtig in de H. Schrift, en zoek daar de goddelijke wijsheid, die blinkender is dan goud, schooner dan zilver, schitterender dan een karbonkel, helderder dan kristal, kostbaar- der dan een topaas. De jongelingen kunnen niets beters zoeken, de grijsaards niets kostelijkers bezitten, dan de kennis van de H. Schrift, die het vaartuig onzer zielen bestuurt, en het, zonder door gevaarlijke stormen schipbreuk te lijden, naar den zaligen oever van het Paradijs en de eeuwige hemelsche vreugde der Engelen voert.

Het was dat Evangelie dat Bonifacius hier verkondigde. Velen luisterden naar zijne stem, namen het woord des levens aan en werden van de afgoden tot den eenigen waren God en zijnen Zoon Jezus Christus bekeerd. Zoo ontstond hier door de onvermoeide pogingen van Bonifacius en zijne opvolgers eene Christelijke gemeente, waarvoor straks een kerkgebouw werd opgerigt. Dat heiligdom werd toegewijd aan de beide Apostelen Petrus en Paulus. Het was voorzien van een hoogen toren en is hetzelfde, dat nu nog door de Protestanten op het dorp Aalsmeer als bedehuis gebruikt wordt.

Oud-Katholieke Kerk Aalsmeer

Contactgegevens


Oud-Katholieke Kerk Aalsmeer
Parochie van de H.H. Petrus en Paulus
Oosteinderweg 394
1432 BG Aalsmeer